| |
|
|
De gewone of Indische wandelende tak (Carausius
morosus), ook wel aangeduid als psg 1 is een langgerekt insect
dat de naam dankt aan de zeer goede camouflage waardoor het hele
lichaam op een takje lijkt. Wandelende takken en -bladeren
vormen samen de orde van insecten die Phasmatodea wordt genoemd.
De maximale lengte van een volwassen dier is ongeveer 10 cm en
deze soort heeft, anders dan veel andere soorten, ook een
schrikkleur; het bovenste deel van de binnenzijde van de
voorpoten is bij volwassen exemplaren felrood gekleurd. Bij een
aanval worden snel de voorpoten gespreid waardoor de felle
kleuren de predator eventjes afleiden. Daardoor kan de
wandelende tak een 'vallende tak' worden door zich naar beneden
te laten vallen en zo te ontkomen. Belangrijke vijanden zijn
vogels, hagedissen en rovende insecten.
Bijzonder is dat bij deze soort geen mannetje aan de
voortplanting te pas komt: vrouwtjes leggen onbevruchte eieren
waar weer alleen vrouwtjes uit komen (maagdelijke voortplanting
of parthenogenese). Mannetjes komen in gevangenschap nooit voor.
Wel komen er gynandromorfen voor; vrouwtjes die op mannetjes
lijken en deze soms ook nabootsen qua seksueel gedrag. Bij veel
andere soorten wandelende takken komen mannetjes wel voor in
gevangenschap.
De kleine takjes die uit de eitjes (met een knopje aan een
uiteinde) komen lijken in alles precies op hun moeder, behalve
in grootte. Zij (het zijn bijna altijd vrouwtjes) leeft als een
volwassen dier enkele maanden en legt in die tijd enige
honderden eieren (2-3 per dag), die na 2-3 maanden uitkomen,
afhankelijk van de temperatuur. Na zes vervellingen zijn de
dieren volwassen. In het nimfestadium verloren gegane poten en
voelsprieten kunnen bij volgende vervellingen tot op zekere
hoogte worden geregenereerd, het succes hiervan is afhankelijk
van het aantal vervellingen dat nog volgt.
Bron: wikipedia.org
Niet alleen takken houden van wandelen
mensen ook! Wandelend Nederland
|
 |
| |
|
Het belangrijkste bij de huisvesting van wandelende takken is de
hoogte van het insectarium. In verband met de vervelling moet
een bak minimaal driemaal zo hoog zijn als de tak lang is. Dit
vergt enige uitleg. Wandelende takken hebben, net als alle
andere insecten, een harde huid die niet kan groeien. Daarom
moeten ze geregeld vervellen. Vrouwtjes doen dat meestal zes
keer, mannetjes vijf keer.
De Indische Wandelende Tak is net als alle andere soorten
Wandelende Takken een planteneter. Wandelende Takken behoren tot
de insecten. De Indische Wandelende Tak eet bij voorkeur de
jonge bladeren van bijvoorbeeld Braam, Roos, Klimop, Liguster,
Framboos, Meidoorn en Vuurdoorn. Wandelende Takken zijn met name
`s nachts actief. Overdag hangen Wandelende Takken bewegingloos
en goed gecamoufleerd tussen de takken en bladeren. Sommige
soorten Wandelende Takken krijgen `s nachts een donkerder kleur.
Het duurt ongeveer vier maanden voordat een Wandelende Tak
volwassen is. In die periode vervelt de Wandelende Tak zes keer.
Vlak voor de vervelling stoppen Wandelende Takken met eten en
gaan ze ondersteboven aan een tak hangen. Eerst breekt de kop
door het oude uitwendige skelet, waarna de Wandelende Tak zich
uit zijn vel kan worstelen. Het oude huidje blijft achter (zie
afbeelding). Voordat het nieuwe pantser hard is geworden groeit
het insect door zich in eerste instantie vol lucht te pompen.
Tijdens de vervelling zijn wandelende takken erg kwetsbaar. Na
de laatste vervelling beginnen Wandelende Takken eieren te
leggen.
|
|
|